Onze parelcollectie

Onze parelcollectie bestaat voornamelijk uit gekweekte (cultivé) zoetwaterparels.

Parels worden tegenwoordig voornamelijk gekweekt, omdat de natuurlijke parels zeldzaam zijn geworden. Een zogenaamde cultivé parel is een echte parel, waarvan het groeiproces in gang is gezet door menselijke tussenkomst. De cultivé zoetwaterparels komen vooral uit China.

Parels zijn al duizenden jaren geliefd om hun schoonheid. Het betoverende kleurenspel, de onweerstaanbare glans en het feit dat de mens de parel niet hoeft te bewerken, maakt de parel kostbaar en uniek. Net als een vingerafdruk is er geen parel gelijk. Ook hebben ze de zeer bijzondere eigenschap dat ze zich aanpassen bij de kleuren waarop ze gedragen worden.

Vroeger werden parels met gevaar voor eigen leven opgedoken door parelvissers en waren zeer zeldzaam. Dit betekende dat alleen de allerrijksten zich de schoonheid van een parel konden veroorloven.

Ontstaan van de parel

Een parel ontstaat wanneer een vreemd object de schelp van de oester/mossel/slak binnendringt en niet meer naar buiten kan. Door de irritatie die dat geeft aan de schelpdier, zal het het object gaan inkapselen. Eerst met een laagje organische hoornstof, conchyne. Daaroverheen komen laagjes parelmoer, Aragoniet. De opbouw verloopt dakpansgewijs. De tint van de parel wordt bepaald door het gebied waar ze gevonden worden, dit varieert van wit/wit-zilver/lichtgeel/roze/grijs tot zwart.

Bij natuurlijke parels duurt het zo’n 3 tot 6 jaar voor er een bruikbare parel is ontstaan. Hierbij beperkt de invloed van de mens zich enkel tot het beschermen van, door de weekdieren met parel 2x per jaar te verplaatsen naar water met de beste temperatuur en kwaliteit. De zoetwatermossel is groter dan de zoutwatermossel. Ook kan zij meer parels bevatten. Hierdoor zijn zoetwaterparels beter te verkrijgen en dus ook goedkoper, dan de zoutwater variant.

Bij cultivé parels wordt een kern (vaak van paarlemoer) ingebracht. Deze werkwijze is voor het eerst ontwikkeld in Japan door meneer Mikimoto. Na het inbrengen van de kern maakt het weekdier in 1 tot 5 jaar een parelmoer laag aan, die dik genoeg is voor de verkoop. Ook bij cultivé parels is het heel belangrijk om de kwaliteit in de gaten te houden; dode oesters worden verwijderd,alg en andere groeisels worden weg gehouden om verkleuring van de parels te voorkomen, de temperatuur wordt geregeld door de manden te bewegen. Ondanks al deze goede zorgen levert toch maar zo’n 10% een parel, waarvan slechts een enkele kwaliteitsparel.

Waardebepaling

Ten 1e is het van belang of het een natuurlijke of cultivé parel betreft. Bijna alle parels zijn tegenwoordig gekweekt.

Zoals een diamant zijn waarde ontleent aan de 4 C’s (cut/carat/colour/clarity) hebben de parels 5 criteria waaraan de waarde wordt ontleent.

  • Luster De glans die uit het binnenste van de parel lijkt te komen. De lichtweerkaatsing geeft de parel zijn prachtige glans. Hoe dikker de laag parelmoer, hoe dieper de glans.
  • Kleur De natuur (vindplaats) bepaald de kleur. Maar welke kleur het hoogst gewaardeerd wordt in prijs zijn de populaire kleuren, zoals: witroze, zilverwit, goud, zwarte tinten (Tahiti) en bijzondere kleuren. Soms worden parels (bij)gekleurd om de kleur te versterken. Dit is een speciaal proces, waarbij de kleur doordringt in de gehele parel. Het “slijt”er dus niet vanaf.
  • Vorm De perfect ronde en druppelvormig zijn het duurst. Maar ook de meer speelse vormen zijn erg in trek. Ze kunnen juist dat beetje extra geven aan je parelcollier!
  • Oppervlakte De oppervlakte is van grote invloed op de hoeveelheid glans (luster). Een parel komt meestal niet gaaf uit de oester, er kunnen deukjes,bobbels of groefjes in zitten. Maar ook groeiringen. Ook hierbij geldt: de oneffenheden kunnen de parel ook weer dat speelse geven, waardoor de 1 hem super vindt en de ander liever voor de gladde variant gaat.
  • Grootte In principe: hoe groter de parel, hoe kostbaarder. Maar zoals hierboven beschreven gaan er dan heel wat jaren overheen voordat de parel geoogst kan worden. In die tijd kan het bloot komen te staan aan verschillende gevaren, die van invloed kunnen zijn op de oppervlakte/kleur/vorm/luster. Hierdoor is het heel goed mogelijk dat een kleinere gave parel met een prachtig luster, veel kostbaarder is dan haar veel grotere variant met een onregelmatig oppervlakte en weinig luster.

Verschillende soorten parels

  • Zuidzee Van zilverblauw tot goud. Doorsnee 10 tot wel 20 mm doorsnee. Gekweekt in het noorden van Australië, Indonesië en de Filipijnen. Meestal iets barokke vorm. De oesters kunnen niet gekweekt worden, maar moeten worden gevonden. Een deel daarvan is geschikt voor de parelkweek.
  • Tahiti Van zwart tot zilvergrijs en goud. Ze hebben altijd het kleureffect van een olievlek. De meest gewaardeerde kleur is zwart-groen (pauwenveer). Ze worden gekweekt in de lagune van de Pacific (Tahiti,) in groenig water. Er mag maar een maximum aantal oesters worden gezocht, om de soort in stand te houden. Een Tahiti parel is uniek. Het is haast onmogelijk om 2 “identieke” parels te vinden.
  • Akoya Van zilverwit,rose tot grijs. De zwarte en donkergrijze zijn altijd bijgekleurd. Doorsnee 2 tot zo’n 10 mm. Gekweekt voornamelijk in Japan.
  • Zoetwaterparel Kleuren zijn er in vele mogelijkheden. Kan bijgekleurd zijn, maar je hebt ook de natuurlijke kleuren, zachte roze tot witte tinten met alles daar tussenin. Ze komen vooral uit China. Ook qua vorm en grootte zijn er erg uiteenlopende mogelijkheden.
  • Keshi Dit zijn van oorsprong natuurlijke parels. Ze ontstaan “per ongeluk”. De parels zijn kernloos, hierdoor is de vorm grillig/barok. De kleur is afhankelijk van het weekdier en de vindplaats en kan dus enorm verschillen.
  • Mabe In verschillende tinten wit. Ze worden gekweekt tegen de wand van de oester/mossel. Dit betekent dan ook dat ze aan 1 zijde plat zijn. Zeer geschikt voor verwerking in sieraden.

Het is erg lastig om een natuurlijke parel van een cultivé parel te onderscheiden, omdat beide natuurlijk gevormd zijn. Het grote verschil is dat de cultivé parel een mooie, gladde kunstmatige kern bevat. Dit is te zien onder een röntgenapparaat, maar niet met het blote oog. Wat wel duidelijk te onderscheiden is, is een cultivé parel van een kunstmatig gefabriceerde “parel”. De kunstmatige parel voelt glad aan op de tanden en de echte parel voelt ruw aan.

Wat betreft het dragen: dankzij de mooie sluitingen en de vele vormen en kleuren waarin parels tegenwoordig te krijgen zijn, zijn ze het stoffige imago helemaal kwijt. Ze combineren net zo makkelijk bij een jeans als bij een chic avondje uit. Om het parelcollier net dat extra’s te geven, verstop je de sluiting niet langer achter in de hals, maar draag je hem van voor of van opzij. Of je combineert het met enkele zilveren of gouden bolletjes.

Verzorgingstips:

  • Parels bewaar je het best gescheiden van je andere sieraden om beschadigingen te voorkomen.
  • Parels beschadigen ook door o.a. haarlak/bodylotion/parfum/make-up en reinigingsmiddelen. Het is daarom aan te raden om je parels pas op het laatst om te doen en niet te dragen bij het schoonmaken.
  • Om parels te reinigen gebruik je liefst een zachte, vochtige doek of een speciaal voor parels bestemd reinigingsmiddel.
  • Een parel “gedijt”het beste op de huid, dus zo veel mogelijk dragen!!

Pys wenst u veel plezier van uw parelsieraad!!